NUR2 Revisited

NUR2 Revisited

Kunstliefde Utrecht; 10 februari t/m 3 maart 2024, met Gretha Hengst

Voorzetting/herhaling van de residence in Artoll Kunstlabor in 2023, nu bij Kunstliefde in Utrecht. Gretha Hengst en ik kregen de beschikking over een ruimte die een aantal weken “de onze” was. In deze periode trokken we het idee door van de eerdere residentie in Duitsland. Een ruimte waarin we samen verkeerden en waarin, á la Beckett: “Iets zijn gang zou gaan”.  Beide een ankerpunt, Gretha de tafel met naaimachine, Engel de muur.

Foto bij aanvang, maker onbekend

Performance

Gretha: “Op het moment dat we in onze ruimte stappen, komen we in het veld van ontmoeten, in het veld van treffen. In een gedeelde ruimte. Twee lichamen in contact met zichzelf, met de ander en met de ruimte. Niets anders verlangend dan wat zich voordoet. Bewegingen niet in woorden te vangen en oordeelloos.” Waarbij voor zowel Gretha als Engel een ontsnappingsroute uit de onmiddellijkheid: voor Gretha het scheppen van orde in de gedachtenflarden in het hoofd door ze aan elkaar te naaien op de naaimachine en voor Engel het tekenen op de muur.”

“O, was ik maar een tovenaar”

De oorspronkelijke residentie was op een beladen plek. In het pand waarin we verbleven werden tijdens het naziregime zij die “afweken” in psychisch/fysieke zin opgesloten om naar kampen te worden gestuurd of euthanasie te ondergaan. Nadat we tijdens het verblijf in Bedburg-Hau een documentaire hierover hadden gezien, we terugliepen, gedachten uitwisselden, zong Engel spontaan “O, was ik maar een tovenaar”, een zin die het hele verblijf in het hoofd van Engel zou blijven hangen en in Utrecht de ruimte kreeg. Directe aanleiding was een foto van een vrouw/verpleegster in de documentaire, met een euthanasiespuit.

“O, was ik maar een tovenaar” gaat over macht. Over het “betoveren” van een volk, waarvan mensen uiteindelijk zo ver gaan de naaste, die tot Ander is gemaakt, om het leven te brengen. De zin, schijnbaar onschuldig, werd geplaatst binnen de bijna dagelijkse recursieve tekenbewegingen. Waarbij de recursie, de herhaling, stond voor het steeds weer opstaan van machthebbers die mensen “betoveren”, overtuigen van tegenstellingen en onderwerpen aan een eigen machtsscenario. In hoeverre zou ik, Engel, willen betoveren? In hoeverre ben, wordt, ik “betoverd?” en waardoor, door wie?

De werkwijze was een vervolg op “Leugenaarsparadox” op de muur van een isoleercel in Bedburg-Hau.

De residentie verschilde van die in Bedburg-Hau in de zin dat we nu ’s ochtends naar Kunstliefde reisden. Onderweg trof Engel steeds een boek op het tweedehands boekenkarretje op Utrecht CS, een boek dat onderdeel werd van de ruimte. Boeken over verschillende machtsstructuren, waarvan in de installatie uitsluitend de titel een rol speelde.