Water

Waterbowlceremonie – waar performance art en een boedhistisch ritueel elkaar raken

In Bodh Gaya nam ik in februari 2025 deel aan de Water Bowl Offering in de Mahabodhitempel. De plek waar Siddhartha Gautama de verlichting bereikte. De tempel, architectonisch lijkend op een stupa, vormt met een na-zaad van de bodhiboom de kern van het terrein.

Zonder al te veel boeddhistische kennis en ervaring deed ik in het klooster waar ik verbleef op een middag mee met het reinigen en selecteren van zilveren waterkommetjes. De activiteit was onderdeel van een maand durende Water Bowls-Offering waarbij er uiteindelijk in totaal 100.000 kommetjes zouden worden geplaatst bij de tempel. Omdat ik in Bodh Gaya iets anders deed kon ik niet de hele periode meedoen maar ik was wel getriggerd.

Reinigen. Reinigen met aandacht, met precisie en: samen. In water dompelen, schoonmaken, drogen.

Het reinigen van de kommetjes was bedoeld in brede zin: het ging ook om selecteren: beschadigde kommetjes zouden niet meedoen. Mijn hoofd associeerde meteen met een indruk die ik een half jaar eerder opdeed in het laboratorium van Hermann Nitsch waar ik een foto van maakte om het later nog eens te overdenken. Waarom zouden beschadigde kommetjes moeten worden uitgesloten? Het antwoord zal zich op meerdere niveaus ophouden (de vraag misschien ook). Misschien ging het hier niet zozeer om het onderscheid als wel om de vereiste aandacht die de selectie vroeg.

De herhalende bewegingen van het reinigen voelden meditatief. En dat niet alleen. Ze brachten me bij performance kunst. Een gedachte zou terugkomen.

De volgende dag kwamen we vroeg aan bij de Mahabodhitempel. Een overweldigende plek die, door de vele aanwezige Tibetaanse monniken en hindoes, een enorme spiritualiteit ademde. Door de rituele gebeden, de puja’s en het uitspreken en zingen van mantra’s. De sfeer raakte me diep. Ook hier weer een vergelijk met het 6-Tage-Spiel van Nitsch in juni 2025, de op één of andere manier op een diep gevoelsniveau binnenkomen van spiritualiteit. In Prinzendorf had het samengaan van het geluid van de gongen, de uitvoering van musici en het kasteelterrein een vergelijkbaar effect gehad.

Met een aantal personen zouden we ’s ochtends de waterkommetjes plaatsen. En ze later op de dag weer weghalen. Gedurende de maand zouden er dagelijks kommetjes worden geplaatst en weer worden weggehaald. Eerst reinigden we de plek. Veegden de lage, lange stenen muren die de tempel en bodhiboom in vierkanten vorm omringden. We werden gevraagd de mond te bedekken zodat er geen onreine adem in contact zou komen met de kommetjes. Opnieuw kreeg ik de associatie Rein/Onrein en vroeg ik me af waarom zou er in het handelende mens onreinheid zou huizen.

in het laboratorium van Hermann Nitsch

We verdeelden de waterkommetjes. Reinigden ze één voor één met wierook gecombineerd met de Tibetaanse mantra OM AH HUM (de mantra staat voor de zuivering van lichaam (OM), spraak (AH) en geest (HUM)). De wierook gaf me focus. En zou me later herinneren aan mijn verlaten én aanwezige katholieke genen. Ook aan het ochtendritueel in Prinzendorf. Ik begon met het vullen van de kommetjes. Vanuit een grote ton, met een tussenstap om ook hier weer de kommetjes niet direct in contact te brengen met het verondersteld onreine watervat. In het water was safraan gedaan.

Op de muur vormden zich langzaam rijen met kommetjes, met aandacht iets van elkaar af geplaatst, met daarin een laagje water. Wanneer de rijen compleet waren, vulde ik in alle kommetjes het water aan tot bijna de rand. Waarbij hetzelfde mantra: OM AH HUM. Een aantal keer deden passerende Tibetaanse monniken mee.

Evenals bij de middag ervoor, kwam de gedachte aan performancekunst op: de herhaling van handelingen. Het vluchtige karakter van het geheel. Maar realiseerde me ook een verschil tussen de ceremoniële, ritueelachtige Waterbowls-handeling en een artistieke performance: de intentie. Het gaat hier, bij de waterkommen, om geven (offering). Aan de Boeddha. Niet alleen het geven van water maar ook tijd van leven, energie en aandacht. En naast het geven om: reinigen. Water als reinigende substantie, wat wordt versterkt door het saffraan. De handeling van reinigen werd versterkt doordat we in de middag terugkeerden naar de tempel om de waterkommetjes te legen. De kommetjes vullen- de kommetjes legen. Aan het einde van de dag bleef er niets tastbaars over. Het geheel aan handelingen werd daarmee meditatief. Vergelijkbaar gedachten en projecties die opkomen en weer verdwijnen. Vergelijkbaar de vergankelijkheid van dingen. De tijdelijkheid van alles. Het water in de kommetjes stond maar even stil. Om na het legen weer (weg) te stromen. Door de oefening zo te beleven, bewust te worden van de tijdelijkheid van gedachten en praktisch (en handelend) stil te staan bij de leegte van “dingen” (inclusief het “ik”) kreeg het geheel van handelingen een mentale intensiteit.

De handeling, de herhaling van de handelingen en de vluchtigheid ervan vertonen een grote gelijkenis met performancekunst. Waarbij performancekunst een veel recentere uitvinding natuurlijk. Er is performancekunst in veel vormen. In mijn artistieke praktijk leven vormen van performance naast elkaar en/of verschuift het in de loop der tijd: conceptueel lichaamsgerichte performance richting een performatief onderzoek dat ruimte en tijd aftast. Maar vluchtig van aard blijft. Waarin het lichaam niet zozeer een identiteit, een ego, is maar een abstractie. Verwordt tot een noodzakelijk en handelend object.

Met Abramovic, die, ontdekte ik later, ook tijd doorbracht in Bodh Gaya en die boeddhistische uitgangspunten in de latere performancepraktijk integreert: “ Performance art is een mentale en fysieke constructie die de kunstenaar voor het publiek opvoert in een specifieke tijd en ruimte. Het is een dialoog van energie.”